Selecteer een pagina
– Hoe leren paarden eigenlijk? –

Om, in dit geval je paard, maar het geldt natuurlijk voor alle diersoorten, goed te kunnen trainen is het eigenlijk van essentieel belang dat je enige kennis hebt van hoe paarden leren. Dit helpt je om een trainingsplan correct op te zetten, goede keuzes te maken tijdens de training en ook wanneer er ongewenst gedrag optreedt dit te herkennen en te snappen waarom er gebeurt wat er gebeurd.

Zelf gebruik ik deze kennis elke keer nog zodra ik met een paar in aanraking kom. In de winterperiode ’s ochtends dus al met de paarden naar buiten brengen. Ik hoop dat ik je met deze informatie ook enthousiast kan maken over leren en dat het je gaat helpen met het trainen van dieren in de praktijk.
orenspel paard

Welke leerprincipes zijn er?

  • Habituatie: De meest eenvoudige vorm van leren is habituatie, ofwel gewenning. Door herhaling van een bepaalde prikkel zal op een gegeven moment een dier actief stoppen met reageren, omdat het geleerd heeft dat de prikkel geen betekenis heeft. In tegenstelling tot de andere vormen van leren als bijvoorbeeld conditionering, gaat het bij habituatie niet om het verkrijgen van nieuwe, maar om het kwijtraken van oude responsen. Bijvoorbeeld een paard welke in een weiland aan de weg staat en voor het eerst een auto ziet, zal hiervan weg willen vluchten. Na verloop van tijd blijft het paard gewoon door grazen en reageert niet meer op de auto.
  • Klassieke conditionering: Het paard leert een verband leggen tussen een aanvankelijk neutrale prikkel en een responsopwekkende prikkel, zodat na herhaalde koppeling de neutrale prikkel zelf in staat is de respons op te wekken. Bijvoorbeeld bij de honden in het onderzoek van Pavlov. Het geluid van een bel is kwijlen gaan betekenen.

    Klassieke conditionering samen met de operante conditionering (hieronder meer) zijn de twee vormen van associatieleren, die een essentiële rol spelen in onze omgang met dieren.

  • Operante conditionering: Bij de omgang met onze dieren staat de operante conditionering centraal. Bij operante conditionering leert het paard een verband te leggen tussen een eigen gedragshandeling en het gevolg van die gedragshandeling. Het resultaat kan tweeledig zijn; de kans op het uitvoeren van het gedrag in de toekomst zal toenemen of zal afnemen.

    Gedrag met een aangenaam gevolg zal in de toekomst vaker worden uitgevoerd; dit wordt aangeduid als bekrachtiging of versterking. Een paard zal bijvoorbeeld leren dat schrapen met de voorbenen betekent dat hij zijn brokken krijgt zodra de eigenaar aan de voerronde begonnen is.
    Veel eigenaren realiseren zich niet dat zij zelf en belangrijke rol spelen bij veel van het gedrag dat paarden geleerd hebben.

    Gedrag dat een onaangenaam gevolg heeft, zal het in de toekomst juist verminderen en zelfs niet meer optreden; dit wordt aangeduid met correctie.

    Door bij het gevolg van het gedrag ook te kijken of een prikkel toegediend dan wel verwijderd is, zijn er in totaal vier vormen van operante conditionering te onderscheiden, namelijk positieve bekrachtiging, negatieve bekrachtiging, positieve correctie en negatieve correctie.

  • Positieve bekrachtiging; De kans op het uitvoeren van het gedrag neemt toe door het toedienen van een voor het paard aangename prikkel. Bijvoorbeeld het geven van een snoepje, een click bij clickertraining of een aai na het vertonen van gewenst gedrag.
  • Negatieve bekrachtiging; De kans op het uitvoeren van het gedrag neemt toe door het verwijderen of ontnemen van een voor het dier onaangename prikkel. Bijvoorbeeld het vermijden van druk van en halster op de neus en achter de oren van het paard door achterwaarts te gaan bij deze vraag.
    Bij het trainen van paarden zijn heel veel voorbeelden van negatieve bekrachtiging die vooral terug te voeren zijn op het wegnemen van ‘druk’. Een goed begrip en goede toepassing van negatieve bekrachtiging zal de efficiëntie van de omgang met een paard sterk vergroten.
  • Positieve correctie; De kans op het uitvoeren van het gedrag neemt af door het toedienen van een voor het dier onaangename prikkel. Bijvoorbeeld een paard een klap geven als hij bijt.
  • Negatieve correctie; De kans op het uitvoeren van het gedrag neemt af door het wegnemen of verwijderen van een voor het dier aangename prikkel in directie reactie op het gedrag. Bijvoorbeeld het wegnemen van het lekkers als hij dreigend naar je toe komt. Bij paarden is het echter lastig om goede voorbeelden van negatieve correcties aan te geven.

 

Kenmerken/voorwaarden van conditionering

  • Tijd: Een voorwaarde om paarden een verband te leren leggen, is dat de twee prikkels of gebeurtenissen in de tijd samen voorkomen of elkaar onmiddellijk opvolgen. Het ‘straffen’ van een manegepony die een kind heeft afgegooid zal veelal nooit zodanig goed getimed kunnen worden dat de pony de straf associeert met zijn gedrag waardoor het kind eraf viel. Het enige effect is dat de pony mogelijk de straf associeert met de aanwezigheid van de instructeur waardoor hij daar angst voor krijgt.
  • Herhaling: Bij het aanleren van nieuw gedrag is het van groot belang dat de oefening vaak genoeg herhaald wordt, zodat het paard een goede kans krijgt de samenhang te ontdekken tussen de ‘gewenste’ handeling en de bekrachtiger. Dit betekent ook dat een trainer naast een consequent en goed getimede beloning moet beschikken over een grote portie geduld.
  • Generalisatie en discriminatie: Generaliseren is het vermogen om niet alleen te reageren op de oorspronkelijke prikkel, maar hetzelfde gedrag ook te gaan vertonen op een prikkel die lijkt op de oorspronkelijke. Bijvoorbeeld een paard dat geleerd heeft om succesvol met verzet te reageren op het inladen bij de trailer, kan dit gedrag ook inzetten in andere vergelijkbare situaties, bijv. het binnengaan van een onbekende box.
    Discriminatie is het uitsluitend reageren op de oorspronkelijke prikkel en niet op gelijkende.
  • Extinctie: Dit is het uitdoven van een aangeleerde reactie. Hierbij zal aangeleerd gedrag, dat niet langer beloond wordt, verminderen en uiteindelijk verdwijnen.
    Om extinctie in de praktijk succesvol te kunnen toepassen, is het belangrijk de wijze van beloning te kennen. Aangeleerd gedrag dat altijd werd beloond zal namelijk sneller uitdoven dan gedrag dat de ene keer wel en de andere keer niet werd beloond.
    In het begin zal het gedrag in eerste instantie verergeren, alvorens uit te doven. Dit heeft uitdovingsweerstand.
    Ook kan na verloop van tijd het uitgedoofde gedrag ineens weer vertoond worden. Dit wordt spontaan herstel genoemd.
    Zelf belonend gedrag zal nooit uitdoven, omdat het niet mogelijk is de beloning voor het gedrag weg te nemen.

 

Regels voor effectief belonen

  • Om gewenst gedrag te versterken moet de beloning/bekrachtiger onmiddellijk volgen en wel binnen een tiende van een seconde.
  • Bij het trainen van paarden is het belangrijk om de oefening die het paard op de ene plek is aangeleerd op een andere plek opnieuw aan te leren, omdat paarden context gebonden leren.
  • Nieuw gedrag moet in kleine stapjes aangeleerd worden. Dit geldt zowel voor de uitvoering als voor de duur van de oefening.
  • Train niet te lang, zorg voor korte leerperioden.

 

Als afsluiting nog een paar laatste voorwaarden voor leren:

  1. Een ontspannen paard (bij angst/stress daalt het leervermogen drastisch).
  2. Een rustige plek.
  3. Een ontspannen trainer.
  4. Geduld.
  5. Een (stapjes)plan.
  6. Evaluatie; neemt gewenst gedrag toe/ongewenst gedrag af?